Arpanet staat voor Adaptive Routing Protocol or Arnos NETwork. Het doel van dit protocol is het tot stand brengen van een adaptief netwerk waarin deelnemers voor elkaar het netwerk mogelijk maken. Een mesh netwerken word gekenmerkt door veranderlijkheid en schaalbaarheids problemen. Arpanet probeert deze met behulp van de volgende regels op te lossen: 1.Als nieuwe deelnemers van een netwerk nog geen routing tabellen hebben opgebouwd zullen ze alle pakketen die ze ontvangen zoveel mogelijk proberen te verspreiden. Dit is natuurlijk slecht voor de belasting maar bevordert de kans dat het pakket ooit afgeleverd zal worden en bied bovendien anderen de kans om hun routing tabellen op te bouwen. 2.Elk pakket heeft een heel lange willekeurig volgnummer. Van ieder verwerkt pakket wordt dat nummer onthouden zodat hetzelfde pakket nooit twee keer verwerkt word. 3.Elk pakket heeft (naast zijn daadwerkelijke inhoud) ook een afzender adres en een ontvanger adres. Van ieder verwerkt pakket wordt het afzender adres onthouden en gekoppeld aan de verbinding die dat pakket aanleverde. Hierdoor word de routing tabel opgebouwd en bijgewerkt zodat als een pakket verwerkt word waarvan het ontvanger adres in de tabel voorkomt, regel 1 niet toegepast hoeft toe te passen maar alleen naar de verbinding door gestuurd word waar in het verleden pakketen van de geadresseerde vandaan kwamen. 4.In snel veranderende netwerken kan het voorkomen dat als een pakket verwerkt word en het ontvanger adres in de route tabel voorkomt, de verbinding waar over doorgestuurd zou moeten worden dezelfde verbinding is als waar het pakket net vandaan kwam. In dit geval is de routing tabel voor deze geadresseerde verouderd en word verwijderd waardoor alsnog regel 1 word toegepast. 5.Multicast pakketten worden verstuurd vanuit één bron en ontvangen op meerdere bestemmingen. Als één pakket meerdere ontvanger-adressen heeft zal het tijdens zijn reis over het netwerk pas gedupliceerd worden wanneer de verschillende geadresseerden over daadwerkelijk verschillende fysieke verbindingen bereikt moeten worden. Hiervoor moet bij regel 2 ook de ontvanger-adressen van de verwerkte berichten opgeslagen worden. 6.Elk pakket heeft hopcount variabele bij te houden waarmee word bijgehouden hoeveel afstand een pakket al heeft afgelegd. Wanneer buffers overlopen worden pakketten met de hoogste hopcount verwijderd waardoor overbelasting slechts het bereik reduceert. Dit idee is voor het eerst onstaan rond 2000 en sindsdien zijn de volgende programmas gemaakt om het concept te testen: |
